Verhalen

Dorpspolitiek

Van 1978 tot 1984 was ik verslaggever/redacteur van de Nieuwe Noordhollandse Courant (NNC) in Purmerend. De toenmalige krant van Waterland is nu onderdeel van het Noordhollands Dagblad en gaat als Dagblad Waterland door het leven.

Belangrijk onderdeel van de verslaggeving was het verslaan van gemeentelijke raads- en commissievergaderingen, waar het provinciaals toe kon gaan. Je leest nu amper nog verslagen van dat soort bijeenkomsten in Dagblad Waterland, terwijl de NNC er toen vol mee stond.
Het fusiespook had zich nog niet laten zien; bijna elk dorp of elke stad was zelfstandig en had een eigen gemeenteraad. Kleinste was de vlek Katwoude, met een paar honderd inwoners landelijk gezien vaak de eerste gemeente waarvan de verkiezingsuitslagen bekend waren.

Vergadertijgers

Ik ben nooit bij vergaderingen van de gemeenteraad Katwoude geweest, wellicht omdat ze zo zeldzaam waren, ik geloof dat de plaatselijke politici vier keer per jaar bij elkaar kwamen. In de andere Waterlandse gemeenten konden de vergadertijgers hun lol meer op, maandelijks werden de verbale degens gekruist. En daar zat dan altijd een verslaggever van de NNC bij om de lezers op de hoogte te houden.
De kwaliteit van de raadsleden was zeer uiteenlopend. Van een simpele boerenknecht tot een vooraanstaand lid van het landelijk justitieapparaat, je kon van alles tegen komen. Sommige wethouders waren geen intellectuele krachtpatsers en deden voor spek en bonen mee. Als er maar iemand van één van de collegepartijen in B & W zat. Naar kwaliteit werd niet gekeken. Meestal kon dat ook niet, er was weinig keuze.
Dat leverde wonderlijke situaties op. Toen een vrouwelijke wethouder een vraag over één van haar portefeuilles moest beantwoorden keek ze verschrikt op: alsof ze onverhoeds wakker was geschud. ‘Uh, uh, moet ik hier op antwoorden..?’, vroeg ze hakkelend. ‘Jazeker, dat moet u’, reageerde de burgemeester – eveneens een vrouw – gedecideerd. ‘En dan zou u kunnen zeggen dat, en dat, en dat…’. Waarna een compleet betoog volgde, dat door de burgermoeder werd afgesloten met de bitse woorden: ‘Maar dat hoeft u niet meer te doen, want ík heb het al voor u gedaan…’

Van Kooten en De Bie

Het konden oersaaie bijeenkomsten zijn. Op een avond had ik, om tussendoor de tijd te doden, de beroemde Juinense Courant van Van Kooten en De Bie meegenomen. Vol nieuws over wethouder Hekking en burgemeester Van der Vaart. Magistrale satire, die in de raadszaal van die avond volledig tot leven kwam.
Ik deelde de perstafel met een verslaggever van de toenmalige Alkmaarder Courant. Hij had ook interesse in wat er in de Juiner Courant stond. En kreeg hetzelfde gevoel als ik had. We zaten naar een toneelstukje te kijken en niet meer naar een bloedserieuze vergadering van de politieke opperhoofden van een dorp in de regio Waterland.
De plaatselijke politici werden doodzenuwachtig van die twee giechelende persmuskieten en begrepen er geen barst van. Of we ze na afloop op de hoogte hebben gebracht weet ik niet meer…

Ruzie

Een hele zit vaak, dat raadsgedoe. Hoe saai ook, je moest alert blijven en de vergadering blijven volgen. Dat ging het beste als er ruzie ontstond. Als partijen het met elkaar aan de stok kregen werd het leuk spannend. Door al het gedoe waren dat nooit de kortste vergaderingen maar wel altijd boeiend om mee te maken.
Dat was zeker niet het geval bij die vergadering die ik bijwoonde na het nuttigen van een lekker maaltje kapucijners met spek, rauwe uien en worst. De benaming raasdonders bleek raak! In mijn darmen rammelde het als een gek en ik kon met moeite alle gassen en explosies binnen houden.
Ik bekeek de agenda van die avond, zag dat er voor mij een aantal wat minder belangrijke punten aankwamen en begaf mij richting toilet. Daar aangekomen gaf ik mijn ingewanden de volle vrijheid. Onmiddellijk gevolgd door weer zo’n golf lawaai en stank. En nog een en nog een. Tot mijn binnenkant gekalmeerd leek en ik het aan dorst weer naar de raadszaal te gaan.
Om daar, naar ik verwachtte, nog slechts kort te verblijven. Maar dat viel tegen. De raadslieden bleken de benen te strekken en het ondertussen over koetjes en kalfjes te hebben.
De vriendelijke burgermeester begroette mij hartelijk en zei dat hij de vergadering had stil gelegd. ‘Fijn dat u er weer bent, meneer Belmer. Ik vond de aankomende agendapunten zo belangrijk dat het jammer was als daarover morgen niets in de krant zou staan…’

 (c) Ger Belmer

Godsdienstbelasting
Mozes was een uitgekookte jongen, hij wist zelfs met god zaken te doen. Toen hij van de berg Horeb met de Stenen Tafelen naar beneden kwam, riep hij dat het een koopje was. ‘Hij daarboven vroeg elf, ik heb er tien geboden’, riep hij trots.
De teksten op die Stenen Tafelen waren een complete verrassing voor het joodse volk onder aan de berg. Ze waren net weer bezig elkaar de koppen in te slaan toen Mozes voorlas: ‘Gij zult niet doden’. Nou, nou, dat was een totaal nieuw inzicht. Ook aan het niet meer mogen begeren van andermans spullen en vrouwen moesten ze wennen; dat snap je wel.
Volgens mij heeft geloof meer narigheid dan plezier gebracht. Aanhangers van verschillende geloven bevechten elkaar volop. Terwijl er ook binnen geloven veel haat is. Katholieken bevechten protestanten, soennieten bestrijden sjiieten en ultraorthodoxe joden staan lijnrecht tegenover hun liberale geloofsgenoten.
Weg ermee, zou je als rechtgeaard atheïst zeggen. Verbieden die handel en alle godshuizen sluiten. Maar overtuigingen kun je niet zomaar wegvagen. Wel kun je proberen mensen op andere gedachten te brengen. Bijvoorbeeld door ze in hun portemonnee te pakken, doormiddel van een godsdienstbelasting. Ja, je leest het goed: godsdienstbelasting. Iedereen die een geloof heeft wordt daarvoor extra aangeslagen door de fiscus. Geloven mag, maar wel tegen betaling. Je moet er wat voor over hebben.
Godsdiensten zijn schadelijk voor het algemeen welzijn van de Nederlandse staatsburgers. Uit onderzoek blijkt dat gelovigen aanzienlijk minder positief tegenover orgaandonatie staan dan Nederlanders zonder geloof. Zeer nadelig voor het levensgeluk van talloze doodzieke mensen. En er is nog meer narigheid: moeilijk doen over euthanasie en abortus; homo’s en lesbiennes het leven zuur maken; verliefde mensen met verschillende geloven uit elkaar drijven; gezonde mannen en vrouwen geen normaal seksueel leven gunnen. Enzovoort, enzovoort!
De helft van de Nederlanders zegt nog een geloof te hebben. Sla ze daar voor aan en je vult de schatkist. Elke gelovige jaarlijks 100,- euro godsdienstbelasting laten betalen levert al 0,8 miljard euro op. Met dat geld betaalt Jeroen Dijsselbloem lachend die extra heffing van de Europese Unie…

In het net naast Beatrix

Als journalist kun je je permitteren bij wie dan ook in spijkerbroek en op gympies op bezoek te gaan.
Maar toen ik een vliegensvlug bezoek van de toen nog kakelverse koningin Beatrix voor de krant moest verslaan hulde ik mij ‘s morgens in blauwe blazer en grijze broek. Vraag me niet waarom.
Het koninklijk paar en zijn gevolg was die dag op weg van Den Haag naar de Wieringermeer. Onderweg werd een koffiestop gemaakt in Museum Betje Wolff, te Middenbeemster. Binnen hooguit drie kwartier zou hare majesteit de hand van de burgemeester schudden, koffie drinken en haar koninklijke blaas ledigen op de voor die gelegenheid extra opgepoetste toiletpot.
Ook zou er een cadeau voor haar zijn. Wat dat was en wie het geven zou, moest ik ter plekke uitzoeken; ik had die informatie nodig voor mijn artikel op de voorpagina van die middag.
Bij het bliksembezoek hoorde een fotosessie van het koninklijk paar, de burgemeester en diverse hoogwaardigheidsbekleders. De aanwezige pers – behalve ik liep iedereen in de gebruikelijke spijkerkleding – werd daartoe naar de achtertuin van het pand geleid, waar Beatrix en Claus bereidwillig poseerden.
De persoon die de voor mijn artikel bestemde informatie zou leveren stond pal naast de koningin. Toen de fotografen klaar waren stapte ik op hem af. Ik dacht een bondig antwoord van hem te krijgen, maar de man blééf – heel enthousiast – aan het woord.
Toen ik mij na een tijdje omdraaide merkte ik dat mijn collega’s door de mensen van de Rijks Voorlichting Dienst waren weg gedirigeerd. De dienstdoende ambtenaar had mijn persoontje over het hoofd gezien.
Toen ik de man daar even later op attendeerde reageerde hij geschrokken: ‘Oh gut, ik dacht dat u bij de koningin hoorde. U ziet er ook zo netjes uit…’
 ———————————————————————————————-

Anton Heyboer

In de loop der jaren interviewde ik Anton Heyboer een aantal keren.
Mijn contact met hem kwam tot stand via Petra, één van zijn bruiden. Uitdrukkelijk werd mij  gezegd dat ik op het afgesproken tijdstip moest verschijnen: ,,Anders wordt Ton gek”, zei ze.
Hij kwam met gezichtspunten die totaal afweken van de norm. Over zijn veelwijverij bijvoorbeeld. Dat had van hem geen seksuele grootverbruiker gemaakt. Integendeel, hij vertelde het met elk van zijn vrouwen slechts één keer te hebben gedaan. ,,Als ze daarna bij je terugkomt voor nog een beurt dan heb je het die ene keer niet goed gedaan.”
Bij het naderen van de jaren ’90 belde ik een aantal bekende Nederlanders over hun verwachtingen voor het aankomende decennium. Anton Heyboer vertelde  een warrig verhaal over het aquariustijdperk dat er volgens hem zat aan te komen. Grote veranderingen voor de mensheid lagen in het verschiet.
Op een gegeven moment onderbrak hij zijn warrig betoog met de vraag: ,,Snap je het nog een beetje?”
Ik loog dat ik daar geen probleem mee had.
Waarop hij met zijn schraperige stemmetje antwoordde: ,,Dan ben jij een hele knappe, ik begrijp er zelf geen donder meer van…”
————————————————————————————————-

Relativeren

Sommige chefs maken graag misbruik van hun macht. Ze proberen hun medewerkers in een slaafse rol te dwingen.
Op managementcursussen wordt er op gewezen hoe verkeerd zo’n gedrag wel is. Maar wie zich als leidinggevende onzeker voelt, zal toch snel naar het middel van de onderdrukking grijpen…
Relativeren van de situatie is een goede manier om het dagelijks omgaan met zo’n vervelende figuur een beetje draaglijk te maken. Stel je bijvoorbeeld voor dat de zich op zijn werk zo tiranniek gedragende chef thuis het sloofje is van zijn verschrikkelijke echtgenote. Zo gek is die gedachte niet eens, heel wat mensen proberen hun ondergeschikte rol in het echtelijke verkeer te compenseren door zich elders als tiran te gedragen.
Gebruikmakend van je eigen verbeeldingskracht kun je een heel eind komen. Stel je de chef voor aan de afwas, met een schortje voorgebonden en achter z’n vodden gezeten door zijn loeder van een vrouw. Heerlijk toch! Ook heel leuk is het als je voor je ziet hoe hij met veel moeite zijn treiterkoppen van kinderen op tijd in bed probeert te krijgen…
‘Koning, keizer, admiraal…’ Niets werkt zo relativerend als de gedachte aan iemand op het toilet. Loopt  je meerdere met een van kwaadheid felrode kop rond, zie hem dan voor je terwijl hij met zijn broek op z’n schoenen tegen een hardnekkige verstopping vecht…
Maar ook met minder platvloerse fantasietjes is plezier te beleven. En het onderwerp hoeft niets eens altijd een kwade chef te zijn. Een tijdje geleden reed ik met een kennis door een volgens hem landschappelijk nogal bijzonder gebied. Voortdurend en tot mijn grote ergernis stortte hij zijn kennis van de langstrekkende flora en fauna over mij uit. Ik vind de natuur prachtig en mag er graag in vertoeven, maar beleef haar wel als één groot geheel. Of er een kluut, fuut, truut of gruut vliegt, het zal mij een rotzorg zijn…
Omdat het, met mijn handen aan het stuur, niet lukte mij voor zijn overenthousiaste verhalen af te sluiten, zocht ik naar een truc. Ik verbeeldde mij dat hij een cabaretier was die voor een maffe natuurvorser speelde. Dat was genieten! Ik betreurde het toen we na een kwartiertje rijden een stad naderden…
—————————————————————————————————

Elke dag dronken is ook een regelmatig leven

Mijn ome Henk was een bekwaam innemer. De man placht twee keer per dag dronken te zijn en vond dat hij daarmee een regelmatig bestaan leidde.

Tijdens zijn leven zette hij zich al op sterk water. Hij werd begraven, cremeren zou voor een ontploffing hebben gezorgd.

Ome Henk gaf de schuld van zijn overmatig drankgebruik aan de Blauwe Knoop, de vooroorlogse drankbestrijding. In die periode van grote werkloosheid kon hij alleen nog een baantje bij die organisatie krijgen. Hij moest op voorlichtingsavonden van de Blauwe Knoop laten zien wat voor een beest je bent als je te veel gedronken hebt.

In die tijd van welig tierend alcoholisme moest er vaak voorgelicht worden. Avond aan avond werd Ome Henk als afschrikwekkend voorbeeld ladderzat het podium van het een of andere zaaltje op gesleurd.

Z’n hele verdere leven is hij die rol blijven spelen. Als hem verwijten werden gemaakt, verwees hij naar de Blauwe Knoop.

Ome Henk vertelde ook graag dat hij in de jaren ’50 door zijn drankgebruik in conflict was geraakt met de Ongevallenwet en de Ziektewet. Hij had tijdens het nuttigen van een jonge klare zijn pols verstuikt. Was die blessure ontstaan tijdens het heffen dan viel het onder de Ziektewet, terwijl de Ongevallenwet van kracht was als het leed zich bij het kantelen had voltrokken.  

 Ome Henk hield van drank, maar ook van grappen en rijmpjes over zijn verslaving. Ik heb er een paar onthouden:

‘Drinken leert de mens het eerst. Daarna pas het eten. Daarom steeds uit dankbaarheid het drinken niet vergeten.’

en

 ‘Drink je water dan krijg je klare ogen. Drink je klare dan krijg je waterige ogen’.

Eentje die vaak terug kwam was:

‘Ga je zitten dan krijg je ‘m staan. Ga je staan dan krijg je ‘m zitten.’

En tenslotte het rijmpje waarmee hij het gemak van drankgebruik schetste; ik vind het nog altijd een fraai stukje poëzie:

‘Je hoeft ze niet te vouwen, je hoeft ze niet te plooien, je kunt ze zo naar binnen gooien.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s